De HR rollen van Dave Ulrich : oud en “out” ?

Binnenkort brengr de HR-goeroe Dave Ulrich uitzonderlijk een bezoek aan België. Wij betrapten ons erop dat in onze vergaderzaal op een flipchart recent nog iemand een schets had achtergelaten met het fameuze assenkruis en de vier rollen…Meteen voor mij alvast een stille getuige van het feit dat het basismodel misschien al oud , maar zeker nog niet “out” is…

David Ulrich heeft in de voorbije jaren niet stilgezeten, en zijn geesteskind is verder geëvolueerd en volgens ons complexer, minder toegankelijk, en vooral minder praktisch bruikbaar geworden. Het is inderdaad een feit dat academici, en HR professionals opgeleid zijn met de idee dat wanneer iets van 1997 dateert, het bijna wel oud en voorbijgestreefd moet zijn.

Uit onze talrijke contacten en ervaringen in de KMO-wereld, maar ook in de wereld van de grotere bedrijven, stellen wij echter vast dat in de bedrijfspraktijk dit model, en vooral de consequenties ervan , algemeen nog te weinig gekend, en vaak ook niet toegepast worden.

Ontegensprekelijk is elk model een vereenvoudiging van de complexe werkelijkheid, doch waar gaat het hier in essentie om ?  Het gaat om het durven stilstaan bij de vraag naar de toegevoegde waarde van HR . En daar begint ook het verhaal : kan, mag, wil, en durft HR de stap zetten om zich in elk van deze rollen te profileren ? Wat verwacht de directie op dat vlak van HR ? En het management ? En de werknemers ?

Ikzelf werkte al 20 jaar in eenzelfde bedrijf en toen ik het model voor het eerst ontdekte  was dit voor mij een Aha-Erlebnis van jewelste : plots realiseerde ik mij dat HR in dat betrokken bedrijf vooral de focus richtte op de rol van Administrative Expert (loon-en verlofberekening zonder fouten) en  op de rol van Employee Champion (beheersen van de sociale context en een deel opleiding). Langs de meer strategische kant werd van HR weinig verwacht en…gedoogd. Al snel werd mij duidelijk dat er ook andere bedrijven bestaan waarin HR wel de pro-actieve, meer strategische kant mag opkijken , en waar dit zelfs een expliciete verwachting is van de Board…

Vandaag is het eenvoudige basismodel daarom nog steeds een kompas dat deel uitmaakt van onze vaste toolkit om de bijdrage van HR in bedrijven in kaart te brengen. En laat ons wel wezen : elk van de vier basisrollen heeft nog steeds bestaansrecht. En dus kunnen alleen maar hopen dat de verregaande automatisering of outsourcing van een aantal overwegend administratieve processen ,benevens het installeren van Employee Self Service Systemen , er in een vlaag van blinde besparingsdrang niet toe geleid hebben dat er geen human ressources meer overgebleven zijn om ook de pro-actieve, meer strategische kant van het model af te dekken…Want juist in deze rollen wordt op vandaag  in onze ogen het verschil gemaakt tussen bedrijven die in de wispelturige golven van de sociaal-economische context het hoofd netjes weten boven water te houden, en zij die door diezelfde golven meedogenloos worden overspoeld , en op korte of middellange termijn finaal dreigen te verdrinken.

Wat ons betreft blijft het basismodel van Ulrich in die zin in de eerste plaats een “wake up call” voor elkeen actief in HR om zichzelf en zijn functioneren regelmatig aan een kritisch en diepgaand assessment te onderwerpen met betrekking tot de reële bijdrage die men levert aan de bedrijfsresultaten. Deze periodiek introspectieve oefening is ons inziens de beste garantie om op termijn de positie van strategisch business partner te kunnen verwerven of te kunnen behouden. Vanuit deze rol kunnen wij immers het best anticiperen en oplossingen aanreiken op de uitdagingen waarvoor de business staat op vlak van Human Capital.

En die zijn anno 2012 en in de volgende jaren niet min…

 

Frank Vander Sijpe – Director HR Research Securex Group

Posted in Algemeen | 1 Comment

Een doorgedreven mens-beleid maakt personeelsverloop gemakkelijker …

Een doorgedreven mens-beleid maakt personeelsverloop gemakkelijker …

 

… en dat is geen probleem.

De talentenmarkt

Naar jaarlijkse traditie publiceren we de verloopcijfers van de Belgische talentenmarkt.

Deze cijfers kun je hier raadplegen.

De talentenmarkt zit momenteel gevangen in een paradox. Er is een tegenstelling tussen een vrij hoge werkloosheid in België (7,2%) en het ontoereikende aanbod aan talent. De crisis maakt daarbij dat heel wat mensen zich vastklampen aan hun stoel waardoor het verloop relatief stabiel en laag blijft. Ik vermoed dat de verloopintentie alleen maar zal stijgen en pas later zal worden omgezet in daden. Met het oog op de demografische evolutie en de verhoogde verloopintentie, is en blijft het vinden en houden van talent een strategisch proces dat de competitiviteit van een onderneming rechtstreeks beïnvloedt. Personeelsverloop – vrijwillig en onvrijwillig – blijft dus een indicator om te volgen en te benchmarken.

Vrijwillig verloop

Waarvan is vrijwillig verloop dan een indicator? Is het een indicator voor slechter people management binnen een bedrijf of  voor meer ontevredenheid binnen een bedrijf? Laat ons daar niet flauw over doen. Het is zeer waarschijnlijk dat een bedrijf met een ondermaats ‘mensbeleid’ een hogere fluctuatie zal hebben. Maar omgekeerd hoeft dit niet waar te zijn (correlatie is nog geen causaliteit).

Feit is dat het verloopcijfer de beweegredenen van het verloop niet weergeeft. Mensen vertrekken ook en vooral omwille van loopbaanverwachtingen, (geografische) mobiliteit, familiale situaties, andere opportuniteiten die zich aanbieden, … Dat zijn stuk voor stuk geen negatieve redenen om weg te gaan . Ze hebben te maken met de persoonlijke situatie van mensen en met toevalligheden in de arbeidsmarkt. Vrijwillig verloop is dus onvermijdelijk.

En het is duur. Meestal wordt de kost van verloop onderschat. Er is naast de rekruterings- en opleidingskost ook het productiviteitsverlies, het verlies aan kennis, de ‘collateral damage’ bij collega’s en klanten, de commerciële verliezen,… Ruwe schattingen van de kost van verloop komen snel op 1 jaar salariskost of meer. Voor een bedrijf van 1000 mensen met een gemiddelde loonkost van 60.000 euro en een fluctuatie van 5% geeft dit dan een waarde van 3 miljoen euro. Dit is niet een kost die je in de boeken ziet verschijnen. Het is eerder een opportuniteitskost die de waarde van het behoud van talent weergeeft.

Deze relatief hoge waarde maakt retentie noodzakelijk. Voor zover mogelijk, moeten we proberen mensen aan bedrijven te binden; liefst niet met gouden ketenen, wel met een boeiend aanbod dat mensen er toe aanzet elke dag weer te kiezen voor het bedrijf. Dat is meer dan retentiebeleid (dat op zich volgens mij niet bestaat). Retentie is het gevolg van een combinatie van factoren die zowel bij de persoon, bij de organisatie, als bij de talentenmarkt liggen.

De organisatie zelf kan vele van die factoren sturen. Jobinhoud, mobiliteit, loopbaankansen, salarisevolutie, kwaliteit van het leiderschap, … zijn elementen die kunnen bijdragen tot het beperken van het verloop. Ze maken deel uit van een doorgedreven mensbeleid binnen een organisatie.

Onvrijwillig verloop

Quid onvrijwillig verloop? Het onvrijwillig verloop ligt uiteraard lager dan het vrijwillig verloop. Wel zie je wat verschuivingen. Onvrijwillig verloop door ontslag of collectief ontslag is voor de betrokken medewerker een zeer pijnlijk gegeven. Onderzoek toont aan dat een ontslag een negatieve impact heeft op de geestelijke gezondheid.  Men voelt zich minder waard en dit blijft zo totdat men opnieuw een exit uit de werkloosheid vindt. Precaire arbeidsstatuten zorgen nog steeds voor een negatieve impact. Onvrijwillig verloop is soms onvermijdelijk, door de economische evoluties, technologische wijzigingen, … Een bedrijf moet er dus alles aan doen om de medewerker in de eventualiteit van onvrijwillig verloop, voorbereid en met de beste kansen op de talentenmarkt terecht te laten komen. Zo worden de negatieve gevolgen van een mogelijk ontslag beperkt. Dit heet dan het verhogen van de inzetbaarheid of  ‘employability’. De employability verhoogt de marktwaarde van de medewerker waardoor hij sneller een andere functie kan krijgen, ook in het geval van vrijwillig verloop.

En nu wat logica. Alles wat je doet voor het binden van mensen aan uw organisatie, steunt ook de ontwikkeling van de employability van mensen. Employability maakt enerzijds het vrijwillig verloop gemakkelijker voor de medewerker en reduceert anderzijds de negatieve gevolgen van onvrijwillig verloop.

Een doorgedreven mensbeleid regelt dus het verloop. Het maakt verloop gemakkelijker, … en dat is geen probleem.

 David Ducheyne – Chief People Officer Securex

Posted in About HR, personeelsverloop | 1 Comment

Brugpensioen, wie behartigt het maatschappelijk belang ?

 “Brugpensioen”: wie behartigt het maatschappelijk belang?

  Het zogenaamde brugpensioen is in het verleden al te vaak een middel geweest om als “bedrijf  in moeilijkheden” af te raken van  (té dure…) oudere werknemers. Dikwijls ging het daarbij om een “win-win” tussen vakbonden, bedrijfsleiding en werknemers zelf, waarbij onder de mom van een sociaal plan, de kost van deze saneringsoperatie op langere termijn werd afgeschoven op de overheid, en dus eigenlijk op de hele maatschappij. In perioden van massale jongerenwerkloosheid werd dit dan politiek vergoelijkt door te stellen dat op die manier nieuwe werkgelegenheidskansen werden geschapen voor deze groep en aldus het brugpensioen ook in die context kan verdedigd worden als oplossing.

  De context van vandaag is op een aantal punten echter fundamenteel gewijzigd!

  1. Demografisch: de babyboomgeneratie is zich volop aan het terugtrekken van de arbeidsmarkt en de daaropvolgende generaties zijn qua getalsterkte gewoonweg niet in staat deze massale uittocht op te vangen. Professor Dr. Luc Sels (decaan Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen aan de KUL) stelde onlangs nog in die zin dat tussen 2010 en 2015 maar liefst 450.000 vacatures zullen moeten ingevuld worden, waarvan er 300.000 een rechtstreeks gevolg zijn van de uittrede van de 50-plussers. Door deze demografische evolutie dreigt de afhankelijkheidsratio (dwz. het aantal beroepsactieven per inactieve) op termijn onhoudbaar te worden en komt het solidariteitsprincipe, en tevens onze levensstandaard, ernstig in het gedrang.

2. Levensduur: de gemiddelde levensduur van de Belg ligt op vandaag om en bij de 80 jaar… Het vervroegd uittreden van de arbeidsmarkt en het niet meer actief bijdragen aan de economie, betekent aldus dat iemand nog – geheel of gedeeltelijk – ruim 25 jaar ten laste valt van de maatschappij…

3. Mismatch vraag en aanbod op de arbeidsmarkt: ondanks een kleine 200.000 niet- werkende werkzoekenden, alleen al in Vlaanderen, (cijfers maart 2012 VDAB) blijft het aantal openstaande vacatures schommelen rond de 50.000… Heel wat daarvan zijn knelpuntvacatures (dwz. deze staan meer dan 3 maand open zonder resultaat).

4. Europa: in de objectieven van Europa 2020 vraagt men een werkzaamheidsgraad van de beroepsactieve bevolking tussen 20 en 65 jaar van 75%. Wij kunnen dit alleen bereiken als werknemers langer aan de slag blijven…

  Is ethiek een hol begrip?

  Wij hebben op vandaag de mond vol over “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen “ (MVO), Corporate Social Responsability (CSR), Leadership en zelfs duurzame inzetbaarheid,…Valt dit nog te rijmen met de keuze voor kortzichtige oplossingen als het brugpensioen onder de huidige omstandigheden? Is het brugpensioen vandaag nog wel maatschappelijk, economisch en ethisch te verantwoorden ? Wie behartigt de belangen van de maatschappij die gedurende ettelijke jaren de kost zal dragen van dit “quick & dirty”-gesjoemel? Het lijkt ons dan ook niet meer dan normaal dat de overheid niet langer wil en kan meespelen in dit schimmenspel en zich steeds assertiever opstelt in deze materie.

  Wat is het alternatief?

  Eigen onderzoek geeft aan dat 50-plussers even sterk gemotiveerd zijn als hun jongere collega’s. Weliswaar zullen zij bepaalde fysieke en mentale belasting niet meer in dezelfde mate aankunnen en hebben zij meer nood aan hersteltijd (“recovery time”). Het lijkt ons dan ook nuttig en nodig dat bedrijven in samenwerking met de overheid én de sociale partners creatief op zoek gaan naar condities en contexten waaronder het mogelijk is deze mensen aan de slag te houden.

 Deze contexten en condities situeren zich o.a. rond de arbeidstijd (aantal uren/dagen per week), de arbeidsomstandigheden (werkplaats, mobiliteit) en de arbeidsinhoud. Ongetwijfeld zullen we daarbij botsen op individuele situaties waarbij werknemers in zogenaamde zware beroepen – fysiek of mentaal-  niet meer in staat zijn om hun werk verder te zetten.  In deze uitzonderlijke gevallen kan een vervroegde uittrede een zinvolle oplossing zijn en blijven.

  Wij dienen echter naar de toekomst bijzonder omzichtig om te springen met het fenomeen brugpensioen als “gemakkelijkheidsoplossing” voor één of ander sociaal plan of collectief ontslag. Zijn  alle andere oplossingen aan bod gekomen, inclusief de individuele vraag aan een werknemer of hij of zij nog wil en kan werken en onder welke omstandigheden, in het kader van bv. een kwalitatieve outplacementbegeleiding? Werd er nagegaan welke de openstaande (knelpunt ?) vacatures zijn in een bepaalde regio vooraleer de beslissing te nemen? Kan een werknemer eventueel deeltijds aan de slag blijven?

  Alle “one fits all” oplossingen, inclusief het brugpensioen, zijn in  wezen  geen goede oplossingen. Veel beter lijkt het ons op  individuele basis na te gaan welke de mogelijkheden en beperkingen zijn. En het “ aan de slag willen blijven” als oplossing te in elk geval te stimuleren en te belonen op alle gebieden, ook niet-financieel… De recent genomen beslissing door de overheid om ambtenaren die het nog willen, te laten verder presteren na hun 65 jaar is reeds een eerste stap in de goede richting naar een meer geïndividualiseerd beleid.

 Frank Vander Sijpe – Director HR Research Securex

 

Posted in About HR, Experienced employees, greying workforce, Motivation | Leave a comment

De HR-Parallax

Volgens Wikipedia is een Parallax het verschijnsel dat de schijnbare positie van een voorwerp ten opzichte van een ander voorwerp en/of de achtergrond varieert als men het vanuit verschillende posities bekijkt. In een online-woordenboek spreekt men over de schijnbare verplaatsing van een voorwerp t.o.v. de achtergrond t.g.v. een verplaatsing van de waarnemer.

 

Is dit ook zo voor HR? M.a.w. is ook HR een bewegend object dat afhankelijk is van de positie van de waarnemer? Wordt HR op een andere manier gepercipieerd, afhankelijk van het feit of men bij HR werkt of vanuit de lijn opereert? Ongetwijfeld, en eigenlijk valt dit ook niet uit te sluiten.

Wanneer men vanuit HR werkt, ligt de grootste nadruk ook op HR gerelateerde topics die het belang van het individu, de leidinggevende en/of het bedrijf ondersteunen. Natuurlijk op maat van de behoefte van het bedrijf, maar steeds vanuit een HR kijk op de zaken. Men bekijkt de inhoud van het werk voornamelijk vanuit een HR-bril.

Vanuit de “lijn” heeft men een veel bredere horizon die nodig is om de “daily business” te kunnen draaien: er is HR, maar ook IT, Finances, Sales, Marketing,… die hun stempel zullen drukken als relevante gesprekspartner. Dit is een belangrijk onderdeel van de parallax: HR neemt zijn rol op, maar aan de andere zijde wordt deze veel meer gefragmenteerd gepercipieerd doordat er zich nu eenmaal meer spelers op het veld bevinden.

Wanneer men vanuit HR actief is, heeft men een uitgebreid overzicht over alle middelen die worden ingezet. Veel van deze resources blijven echter verborgen achter de schermen (vb. loon- en personeelsadministratie). Ook dit is een onderdeel van de parallax: de impact en het gewicht zoals die intern wordt ervaren, wordt niet altijd zo gepercipieerd door de externe werkomgeving. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn dat HR meer tentoonstelt wat het in huis heeft (via interne stages, info op het intranet, opendeurdagen,…).

HR professionals hebben een uitgebreide HR expertise en werken op het niveau van de Strategic Partner en stellen terecht hun acties hier op af. De lijn is hier (nog) niet altijd klaar voor en verwacht HR-interventies in het kader van een administratieve expertise. Dit leidt soms ook tot een andere kijk op dezelfde uitgerolde actie.

 

Patrick De Bruyn

Operations Manager Uitkeringen en Terugvorderingen

Securex

Posted in About HR, Performance management | Leave a comment

De talentmarkt van morgen

Er komt een tijd dat iedere professional zich zal gedragen als een zelfstandige die opdrachten kiest, onafhankelijk van zijn statuut. De professional zal zijn talent investeren in die talentbank waar hij denkt de hoogste return te krijgen (niet enkel cash). Dan is de headhunter meer een distributeur van talent voor de bedrijven of van opdrachten voor de professional. Headhunting en interim management services schuiven dichter bij elkaar.

Maar de vraag zal zijn of dit efficiënt is? Via sociale media zijn er immers platformen waar aanbod en vraag elkaar rechtstreeks zullen vinden, zonder tussenkomst van een middle men, zeker voor wat de midrange betreft. Referral zal belangrijker worden en professionals zullen opdrachten vinden via het eigen netwerk. De markt voor talent services zal er helemaal anders uitzien.

 

(mijn antwoord op een Linkedin-vraag van Harald De boeuf over de toekomst van Headhunting).

David Ducheyne

Chief People Officer

Securex

Posted in About HR, War for Talent | Leave a comment